De Zielskracht van Poes Manja

 

In de ziekenboeg van het dierenasiel heerst een drukke, gespannen sfeer. Tussen de hokken ligt een heel lief, knuffelig poesje er futloos bij. Haar naam is Manja. Zij drinkt niet en weigert elk voedsel. Sinds haar binnenkomst kampt zij met een zware vorm van niesziekte en het calicivirus. Tijdens haar eerste week bloeide zij nog prachtig op door de intensieve zorg en knuffels van het socialisatieteam. Nu ligt zij stil in haar mandje, afgezonderd om besmetting te voorkomen. De twijfel slaat toe in de hectiek van de dag. Een poging om vloeibaar voedsel via een spuitje toe te dienen mislukt door de felle weerstand van haar verzwakte lichaam. De klok tikt richting de medische controle door de dierenarts.

Een zachte hand opent het deurtje van haar hok. Er ontstaat direct oogcontact. Manja reageert op de rustige aanwezigheid. Met een vochtig washandje verdwijnen de opgedroogde klodders pap uit haar zachte vacht. Rond haar mondje blijft bewust wat voeding achter, wat haar stimuleert om zichzelf teder schoon te likken. Deze liefdevolle verzorging activeert haar innerlijke levenskracht. Zij richt haar broze lichaam op en gaat zitten.

Er ontstaat een onuitgesproken, telepathische vraag in de stilte van het hok: "Wat wil je eten om weer sterker te worden?" Het etensbakje schuift zachtjes haar kant op. Manja reageert direct en neemt zelfstandig een paar hapjes van de pap. Een golf van warmte stroomt door de ziekenboeg. Manja staat op uit haar mandje, loopt een parmantig rondje door het hok en drinkt vervolgens een flinke hoeveelheid water. Haar reacties weerspiegelen een diep innerlijk begrijpen. De sfeer is harmonieus en vol hoop.

Plotseling opent de deur van de ziekenboeg. De assistente van de dierenarts treedt binnen voor de geplande medische controle. Manja wordt zachtjes in de transportmand geplaatst voor haar rit naar de kliniek. In de haast klinkt nog een bezorgde vraag over haar lot, maar de stroom van de middag duldt geen uitstel. De uren verstrijken. Bij terugkomst in de ziekenboeg is het hokje van Manja nog altijd leeg. Haar vertrouwde dekentje ligt er onberoerd bij, met haar favoriete knuffeltje er bovenop. Haar drinkbakje en voerbakje staan exact op dezelfde plek. Manja keert niet meer terug. De medische conclusie luidde dat er geen levenslust meer in het dier zat, waarna zij zachtjes uit haar lijden is verlost. Haar fysieke reis in het asiel eindigt in stilte.

De cyclus van het leven vraagt soms om zware taken bij de dierenambulance. Eens in de zoveel tijd breekt het moment aan om de vriezer van de opvang te legen voor transport naar de milieustraat. Tijdens deze handeling verschijnt er een herkenbaar, blauw pakketje. Door het doorschijnende plastic heen tekent het silhouet van een zwarte kat zich af. Bij het verplaatsen van de verpakking onthult zich de onmiskenbare waarheid. Het is Manja. Een moment van diepe tederheid volgt in de koude ruimte. Haar lichaam wordt nog een laatste maal liefdevol vastgehouden en over haar vacht gestreeld.

Zij krijgt een eervolle plek bovenop de hoop in de container. Direct daarnaast rust een tweede, bekend gezicht uit het asiel: poes Blanche. Blanche kampte tijdens haar leven met een zware hartafwijking en ontving altijd extra veel knuffels. De twee asielvriendinnen liggen nu vredig zij aan zij, bevrijd van hun fysieke beperkingen.

Terug in de vertrouwde omgeving van het asiel blijft het gevoel van onrecht knagen. Er ontstaat een directe impuls om via een persoonlijk bericht contact op te nemen met de behandelende dierenarts. Het doel is om exact te delen wat er die ochtend in de ziekenboeg is voorgevallen. Het antwoord van de arts werpt een schokkerend nieuw licht op de situatie. De arts bekent dat de beslissing tot euthanasie puur was gebaseerd op de foute aanname van de vaste medewerker. Er was verteld dat Manja onder dwang met een pipet moest worden gevoed in de mond en keel. De arts had nadrukkelijk gevraagd of Manja nog zelfstandig at. De vaste medewerker had dit ontkend, terwijl de pap in werkelijkheid met medicatie klaarstond. Het feit dat Manja die ochtend met zoveel levenslust zelfstandig at en dronk, was volledig verzwegen.

De onzichtbare draden van het universum brachten de waarheid alsnog aan het licht. Hoewel de fysieke reis van Manja en Blanche is geëindigd, blijft hun energetische aanwezigheid voelbaar. Zij lieten hun stem horen dwars door de miscommunicatie heen. Hun zielen rusten nu in pure harmonie, omringd door liefde en gekoesterd in mooie, loepzuivere herinneringen.


 

Verdrietig verhaal over een lieve poes

Ik had op zaterdagochtend een van de kattenruimtes in het dierenasiel schoongemaakt, en ging nog even bij een aantal katten in de ziekenboeg in een andere ruimte een kijkje nemen. Ik zag de bemiddeling al beteuterd kijken. Een vaste medewerker stormde binnen en zei tegen iedereen aanwezig: nou, daar zit ook niet veel leven meer in. Vandaag maar even de dierenarts na laten kijken. Ze eet niet. Ze drinkt niet. Ze ligt meer dood dan levend in het hokje. Het ging hier om een heel lief knuffel poesje wat normaal al begon te spinnen als je naar haar keek. Ze was erg mager toen ze gevonden werd en had inmiddels opgelopen een zware vorm van niesziekte, calice wat zich pas in het asiel had ontwikkeld. Dus opgelopen in het asiel. Ze mocht dan ook alleen als allerlaatste geknuffeld worden door het katten socialisatieteam, om geen besmetting over te dragen via mensen op andere katten in het asiel. Dus terwijl deze poes in de eerste week nog opbloeide van alle knuffels en aandacht, lag ze er nu zielig bij zonder geen enkele liefdevolle aai. Ze zouden haar toch niet laten inslapen? ... twijfelde de bemiddeling. Ik keek nog even toe naar hoe er geprobeerd werd om een papje bij haar naar binnen te jassen. Dat lukte zeker niet in twee minuten en de vaste medewerker vertrok naar de volgende katten op haar lijstje van medicatie. Ze liet het papje staan. Met de lepel erin. Hoe laat komt de dierenarts vroeg ik. Bemiddelaars moedigden me aan om het poesje lekker te gaan knuffelen en verwennen zodat ze hopelijk weer meer fit toonden tegen de tijd dat ze voor controle naar de dierenarts zou gaan.

Ik deed het deurtje van haar hokje open en had meteen oogcontact met haar. Ze lag inderdaad sloom in haar mandje. Ik begon haar te kroelen. Ik haalde met een washandje de klodders pap weg die tot zelfs aan de zijkant van haar buik in haar vacht zaten, en maakte haar schoon. Om haar mondje liet ik wel voeding zitten , hopend dat ze zelf die zou aflikken. Deze liefkozing maakte dat ze iets meer rechtop ging zitten. Ik had toen nog niet van telepathie gehoord, maar op dat moment vroeg ik in gedachten aan de kat, om wat te eten, zodat ze zich weer sterker zou voelen. Ik zette haar etensbakje bij haar mond en ze nam meteen een paar hapjes van de pap. Ik knuffelde haar. Ik vroeg aan haar weer in gedachten om te doen wat goed voor haar was, en je zult je beter gaan voelen meisje. Ze stond op uit haar mandje en liep een rondje door het hok en liep daarna naar haar drinkbak. Ze dronk een mooie hoeveelheid slokken water.. wat was dit een fijn gevoel.. alsof ze me kon verstaan. Ik zou nog even bij haar blijven knuffelen, maar we werden onderbroken door de assistente van de dierenarts. Ze kwam dit mooie dametje, poesje Manja, halen voor controle bij de dierenarts. Het ging allemaal zo snel. Ik vroeg nog van: ze word toch niet ingeslapen? Ik knuffelde haar nog even en zei trots tegen Manja: goed gedaan meisje! Je doet het goed! Eind van de middag, haar hokje was nog steeds leeg. Haar dekentje lag er nog met haar knuffeltje er bovenop. Haar drinkbakje stond nog waar het stond en haar voerbakje waar ik het had neergezet. Manja is niet meer terug gekomen. De dierenarts had met de informatie die hij kreeg van de vaste medewerker geconcludeerd dat er geen levenslust meer in zat en ze was geëuthaniseerd.

Eens in de zoveel tijd, wanneer ik dienst draai op de dierenambulance, moeten we de vriezer legen. Ik zag daar een blauw pakketje. Doorschijnend met daarin een zwarte kat, precies zo opgevouwen als de dierenarts van het dierenasiel het doet. We moesten deze dieren (kadavers)wegbrengen naar de milieustraat. Toen ik haar uit de blauwe plastic zak haalde, herkende ik poes Manja meteen. Ik heb haar nog even in mijn armen liefdevol vastgehouden en geaaid. Ik heb haar als laatste dier bovenaan op de hoop in de container gelegd samen met een ander poesje wat ik herkende. Dit was poes Blanche met wie ik ook veel had geknuffeld in het asiel. Zij had een zware hartafwijking. Ik wens ze veel liefde en houd ze in mooie gedachten/herinneringen.

Terug in het asiel. Verdrietig was ik. Ik heb persoonlijk een mail gestuurd naar de dierenarts om te vertellen wat er die dag was gebeurd. Hij antwoorde: hij ging er vanuit dat er dwangvoeding zou zijn gegeven aan poes Manja met pipet (in de mond/keel). Dat had de dierenarts de vaste medewerker nadrukkelijk gevraagd. Daar zat dan ook medicatie in. Ook was het zeer belangrijk dat de kat toen weer zou gaan drinken.